Boeiend Bachprogramma
De Lutherse Missen beperken zich tot een Kyrie en een Gloria, maar Bachs Lutherse Missen bestaan toch uit zes delen. Voor deze mis gebruikte Bach, zoals hij vaker deed, muziek van zijn andere composities, in dit geval van maar liefst drie cantates. De kenner zal horen, dat BWV235 is samengesteld uit delen uit cantates 102, 72 en 187. Voor het Kyrie (een koordeel) gebruikte Bach de noten van het openingskoor van cantate 102 vrijwel ongewijzigd. Het eerste deel van het Gloria (ook een koordeel) komt uit cantate 72. Hierin wordt vreugde geuit met coloraturen (reeksen snelle noten). Opmerkelijk is wel dat voor zo’n opgewekt stuk een mineurtoonsoort is gekozen en dat dit in het geheel niet uit de toon valt.
De rest van de mis (drie aria’s voor evenzovele solisten en nog een afsluitend koordeel) komt uit cantate 187. Dat laatste koordeel (Cum Sancto Spiritu) is virtuoos maar veeleisend, een feest om te zingen en naar te luisteren. Het geheel wordt begeleid door een relatief groot orkest, bestaande uit een orgel, een uitgebreide strijkers sectie, twee hobo’s en een fagot.
Het motet “Lobet den Herrn”, wordt geheel uitgevoerd door het koor, begeleid door alleen orgel en cello en/of strijkbas. Dit motet is uitermate vrolijk getoonzet. Het thema waarmee de sopranen inzetten en wat meteen wordt overgenomen door de andere partijen, maakt dit direct duidelijk. Er hoeft hier niet te worden gesmeekt, Gods goedertierenheid is al een vast gegeven, Zijn genade zal er zijn tot in eeuwigheid, uitgedrukt door een zeer lange noot, die beurtelings in alle stemmen is te horen. En alsof dit nog niet genoeg is, wordt het motet jubelend afgesloten met een uitgelaten “Alleluja” waarin de stemmen over elkaar heen buitelen.